| DE BOSEIGENAAR VERTELT: |
| DE BOSEIGENAAR VERTELT: |
|
|
We zijn nog steeds op zoek naar boseigenaars die hun ervaringen willen vertellen! ---------------------------- Bent u op excursie geweest? Heeft u een gouden raad voor andere boseigenaars? Wilt u vertellen wat uw belevingen zijn als boseigenaar? Houdt u een bos-dagboek bij? Heeft u goede ervaringen met de bosgroepen? Kruip dan in uw pen en zend uw schrijfsel (liefst met foto) naar liescoddens@yahoo.com. De teksten worden zo snel mogelijk op deze pagina geplaatst. |
|
Explotatie van populier: kan de onderetage behouden blijven? |
Een boseigenaar vertelt...
|
|
| Iedereen
die actief is in de Vlaamse bossector, zal beamen dat het begrip 'aanvaardbare
exploitatieschade' een van die thema's is die steeds opnieuw aanleiding
geven tot levendige debatten. Een debat dat best 'in' het bos gevoerd
wordt. We vernamen dat in het bos van Jules Robijns uit Landen - Jules is voor velen onder ons lang geen onbekende meer - populieren geëxploiteerd zijn. Uit eerdere gesprekken met Jules onthielden we dat hij slechts wilde laten exploiteren met een maximale garantie op behoud van de onderetage. |
||
| Jules: Enkele jaren geleden, bij een excursie met boseigenaars in mijn bos, gaf ik al aan dat ik populieren wou verkopen, maar dat ik maximale garantie wilde dat de onderetage voor een zo groot mogelijk deel gespaard bleef. Ik herinner me toen dat zelfs collega boseigenaars me probeerden te overtuigen dat die onderetage per definitie helemaal vernield zou worden. Toen ik 20 jaar geleden begon met het aanplanten van een bos, wist ik al dat ik uiteindelijk wilde komen tot een gemengd loofbos, op basis van inheemse soorten als es, eik, boskers... Ik plantte toen snelgroeiende populieren als een soort 'voorteelt' met daartussen een menging van inheemse soorten, vooral es. Nu werd het tijd om een deel van de populieren te oogsten en het bos definitief om te vormen tot een bos op basis van duurzame soorten. Ik wenste bijgevolg dat die onderetage, die voor mij belangrijker was dan de populieren, maximaal gespaard werd. Ik weigerde de ecologische klok van het bos 20 jaar terug te draaien. | ||
|
Hoe wist je dan hoe hoog je de lat mocht leggen? |
||
Jules:
Ik had hier en daar enkele vrij goede voorbeelden van exploitaties gezien.
De uitdaging bestond er in de juiste koper en exploitant te vinden. En
daarin heeft de bosgroep een grote bijdrage geleverd: ze beschikt over
een uitgebreid netwerk dat je als individuele boseigenaar niet hebt. Dankzij
die hulp kon ik gericht op zoek gaan naar de ideale koper-exploitant. |
||
| Heb je op de traditionele wijze, via de bosgroep het lot aan zoveel mogelijk kopers aangeboden, en heb je je wensen in een lijst van verkoopsvoorwaarden gestoken? | ||
|
Jules: Helemaal niet. Ik wilde in ieder geval het lot zelf verkopen. De bosgroep gaf me een lijst van interessante kopers. Ik nam zelf contact op met potentiële kopers, en ik toonde hen het lot. Tegelijk polste ik hoeveel van de onderetage ze zouden kunnen sparen. Pas als ze hier een bevredigend antwoord op konden geven, werd over de prijs gesproken. |
||
|
Vond je snel de ideale koper? |
||
| Jules: Nee, helemaal niet. De eerste contacten waren niet bemoedigend. Maar ik gaf mezelf tijd. Het was pas de zesde of zevende koper waarmee het klikte. Als eerste vraag polste ik eens naar het houtvolume van het lot. Ik hield me een beetje van de domme, maar ik wist uiteraard perfect hoeveel er stond. Sommige potentiële kopers gaven een schatting van minder dan de helft van het effectief aanwezige houtvolume. Dat wekt geen vertrouwen natuurlijk. Dat viel me op bij de koper die het uiteindelijk kocht, hij gaf me het exacte volume. | ||
|
Toen begon het gesprek over de te sparen onderetage neem ik aan. |
||
Jules:
Inderdaad. We stapten door het bos en de kandidaat koper gaf aan hoe hij
het zou exploiteren. Een bijkomend element dat me beviel, was dat hij
het lot zelf zou vellen. Een aantal van zijn collega's die eerder langs
gekomen waren, waren enkel kopers of zelfs enkel een hulpje van een koper,
die de exploitatie in onderaanneming zouden laten doen. Van mijn coördinator
Jeroen had ik vernomen dat dit in mijn geval niet ideaal zou zijn. Ik
moest de methode van exploiteren bespreken met de persoon die de zaag
zou hanteren. En in dit geval was de koper ook de veller. Hij overtuigde
mij dat hij een belangrijk deel zou kunnen sparen. Ik gaf ook aan dat
ik bij de exploitatie aanwezig zou zijn en zoveel ik kon zou meehelpen.
Hij wist dus dat ik de lat hoog legde, maar dat schrok hem niet af. Integendeel. |
||
| Het was een mooi lot, maar als je de lat zo hoog legt, zijn de exploitatiekosten natuurlijk hoog, en dat voel je aan het bod. Je koos dus bewust niet voor de hoogste prijs? | ||
| Jules:
Dat was mijn bewuste keuze. Ik wilde de ecologische klok van mijn
bos geen 20 jaar terugdraaien. Maar die hoogste prijs moet je ook relativeren.
Moest ik via de traditionele weg het lot via een gezamenlijke verkoop
aan 100 bedrijven aangeboden hebben, en het dan aan de hoogste bieder
toegewezen hebben, dan zou ik waarschijnlijk een hogere prijs gekregen
hebben. Maar dan had ik nooit de garantie op kwaliteitsvol werk die ik
nu heb.
De exploitatie is perfect verlopen. Mijn kapper en ik, wij hebben allebei baat bij een goede relatie. Zijn expertise op het vlak van exploitatie is fenomenaal. Hij neemt zijn tijd om een juiste richting te vinden om een boom te laten vallen en uit te slepen (heel belangrijk in verband met schadebeperking) en hij kan een boom op 5cm nauwkeurig laten vallen! Dat inzicht en die stielkennis resulteert in een heel groot wederzijds respect. En dat respect is mijn garantie voor goed werk. |
||
| Hoeveel van de onderetage is effectief gespaard? Kan je daar een getal op plakken? | ||
| Jules: Er zijn een paar exploitatiegangen gemaakt, en de verzamel- en stapelplaats namen een zekere oppervlakte in beslag. Die stapelplaats zal in de toekomst nog als stapelplaats gebruikt worden, dus daar kan ik een hakhoutbeheer voeren. Dat past mooi in het beheer. Er was een oude rij robusta's, die dominogewijze geveld zijn, maar die in hun val toch behoorlijk wat van de onderetage meepakten. Daar zal ik een aantal jonge eiken en boskersen inplanten. Maar als ik de ruimtelijke verdeling van gespaarde, opgesnoeide bomen uit de onderetage bekijk, dan bedekken die toch ruim 80% van de oppervlakte. | ||
| Je vindt het niet erg dat geïnteresseerden deze exploitatie komen bekijken, heb ik begrepen? | ||
Jules:
De discussie van een jaar of vier geleden, met collega boseigenaars
die mij probeerden te overtuigen dat het sparen van een onderetage een
illusie was, is me altijd bijgebleven. Als ze dit lezen, mogen ze me altijd
contacteren, en dan gaan we terug naar de plaats waar we discussieerden
om eens te kijken. Via mijn bosgroep Dijle-Geteland kunnen ze me vinden.
Ze zijn bij deze uitgenodigd. |
||
|
|
||
|
|
||