| DE BOSEIGENAAR VERTELT: |
| DE BOSEIGENAAR VERTELT: |
|
|
We zijn nog steeds op zoek naar boseigenaars die hun ervaringen willen vertellen! ---------------------------- Bent u op excursie geweest? Heeft u een gouden raad voor andere boseigenaars? Wilt u vertellen wat uw belevingen zijn als boseigenaar? Houdt u een bos-dagboek bij? Heeft u goede ervaringen met de bosgroepen? Kruip dan in uw pen en zend uw schrijfsel (liefst met foto) naar liescoddens@yahoo.com. De teksten worden zo snel mogelijk op deze pagina geplaatst. |
|
(Her)bebossing: zaaien of planten? |
Een boseigenaar vertelt...
|
|
| De bosgroep
Noord-Hageland was op bezoek bij Pieter Pauwels uit Booischot. Pieter
is gepensioneerd inspecteur bij de Nationale Dienst voor Afzet en Land-
en Tuinbouwproducten. In die functie was hij onder andere verantwoordelijk
voor de attesten die afgeleverd werden bij de oogst van zaaizaden en planten
voor de bosbouw. Pieter heeft dus altijd een band met de bossector gehad.
Wat opviel tijdens de gesprekken die de bosgroep met hem had, was dat
hij niet bang is om zaken in vraag te stellen. Bossen worden in de regel
geplant, hij deed met veel succes een proef om een bos te zaaien.
We hadden een gesprek met Pieter in zijn bos te Messelbroek (Zichem). In het najaar van 2004 en het voorjaar van 2005, heeft hij enerzijds een halve hectare dennenbos naar een jong bos van zomer- en wintereik omgevormd, en anderzijds 3 hectare landbouwgrond gelegen in natuurgebied met zomereik beplant. Een winst van meer dan 3 ha eikenbos! |
||
| Pieter: Het dennenbos was slechts een vijftigtal jaar oud, maar van bijzonder slechte kwaliteit. Bovendien was de onderetage voor de helft bezet met Amerikaanse vogelkers. Ik besloot om drastisch te werk te gaan en het bos kaal te kappen. Omdat ik beroepshalve in contact kwam met het oogsten van boszaden, rijpte het idee om het dennenbos niet via de klassieke manier via aanplant om te vormen, maar wel door zaaien. Ik ging er van uit dat indien de dennen en de Amerikaanse vogelkers verwijderd zouden zijn, dat er dan een ideaal zaaibed voor eik aanwezig zou zijn. Ik besloot om najaar 2004 eikels te verzamelen, en deze onmiddellijk te zaaien, in de herfst nog voor de eindkap. Dat ging heel gemakkelijk. Er was een dikke strooisellaag, dus kuiltjes maken en zaaien ging razendsnel. Ik had wel afgesproken met de exploitant dat de dennen en de Amerikaanse vogelkers voor april 2005 moesten geruimd zijn, omdat anders de kiemlingen vernietigd zouden worden. Dit leverde totaal geen probleem op. De enige inschattingsfout was dat bij het exploiteren van de Amerikaanse vogelkers nagelaten werd om de stronken met glyfosaaat te behandelen. Ik had het eerste jaar na het zaaien heel veel werk met het vrijstellen van de tere eikenzaailingen. | ||
|
Zaaien gaat wel sneller dan planten. Maar is er dan niet meer nazorg nodig? |
||
| Pieter: Zaaien gaat inderdaad veel sneller dan planten. Zeker op een zuivere bodem. Bovendien zou planten heel moeilijk geweest zijn vanwege de vele wortels. Maar de kleine kiemlingen werden natuurlijk wel sneller overgroeid door de opslag van de prunus. Dus die moest ik wel vrijstellen. Er kwamen bovendien niet enkel opslag van prunus, maar ook bramen kwamen opzetten. Evenals zaailingen van berk en den. | ||
![]() |
||
| Maar die zaailingen van den en berk kunnen toch nuttig zijn om snel een gunstig bosklimaat te creëren. | ||
|
Pieter: Aanvankelijk bestreed ik alles wat geen eik was. Maar van de bosgroep vernam ik dat de snelgroeiende zaailingen van berk een perfect micro-klimaat voor de eiken creëren. Ook de bramen vormen na enkele jaren voor de eiken geen probleem meer. De zaailingen van berk mogen nu doorgaan, maar de bramen blijf ik voorlopig bestrijden. Zeker omdat er nog veel zaailingen van Amerikaanse vogelkers opschieten. Bramen bemoeilijken namelijk het trekken van de Amerikaanse vogelkersen. De berken krijgen voorlopig vrije doorgang, en ze moeten zo de eiken stimuleren. Ik merk inderdaad dat eiken die helemaal vrij staan de neiging hebben om zich plat te leggen, in plaats van een mooie rechtopgaande stamspil te vormen. De berken moeten dit verhelpen. |
||
|
En de aanplant van de weide en de akker, verliep dat zoals verwacht? |
||
Pieter:
Het aanplanten zelf gaat natuurlijk een heel stuk trager dan zaaien.
Bovendien heb je zelfs in het in beste geval veel minder planten per are
dan bij zaaien. Je hebt dus later minder keuze om te selecteren. En nu
stel ik een probleem vast dat ook gesignaleerd werd in het verslag op
de webstek van de excursie
te Retie. Bij een aanplant op een vruchtbare standplaats, ontwikkelt
zich een dichte kruidvegetatie. Deze vegetatie gaat in concurrentie met
de jonge boompjes. Afhankelijk van de soort en de standplaats, zullen
de boompjes snel of minder snel de concurrentie winnen, een bosklimaat
creëren, en doorgroeien. Ik stel vast dat mijn aangeplante eiken
het voorlopig bijzonder moeilijk hebben om de strijd tegen de dichte grasmat
te winnen. De gezaaide eiken staan op de minst vruchtbare standplaats,
maar ze groeien veruit het beste. Dit kan enkel verklaard worden door
het feit dat er zich na de eindkap geen kruidvegetatie ontwikkeld heeft,
en dat de eikjes zo geen concurrentie voor voedsel en vocht hebben. Ik
heb trouwens al geprobeerd om de concurrentie tussen de kruidvegetatie
en de eiken te doorbreken. Ik heb plaatselijk een bodembewerking rond
de eikjes gedaan, maar de kruidvegetatie neemt de vrijgekomen plaats onmiddellijk
terug in. Dit was achteraf bekeken verloren energie. |
||
|
Soms worden bij de aanplant de eiken gemengd met snellere groeiers, zodat deze de kruidvegetatie mee helpen onderdrukken. Dat is hier niet gebeurd. |
||
| Pieter: Dat is aanvankelijk jammer genoeg niet gebeurd. Ik kreeg van de bosgroep echter de tip om nu nog één grauwe abeel per are door de aanplant te mengen. Deze groeien zeer snel, en ze gaan zich door wortelopslag snel uitbreiden. Ze hebben uitsluitend de rol om mee de kruidvegetatie te onderdrukken. Wat ik misschien ook wel eens wil proberen, is om de eiken een bladvoeding te geven. Ik weet dat dat in de tuinbouw bestaat. Ik weet dat het overheid natuurlijk tegen het bemesten van bossen is, maar er bestaat bladvoeding die zelfs in de biologische teelt mag gebruikt worden. Ik neem aan dat een zeer lichte dosis, met de bedoeling om de eiken te helpen bij het overwinnen van de concurrentie met de kruidvegetatie mogelijk moet zijn. Een lichte bemesting geven met compost is niet mogelijk, omdat enkel de concurrerende vegetatie daar profijt van zou hebben. Je moet ook weten, dat eiken die in hun groei stil staan, zeer gevoelig zijn voor wild. Tot nu toe hebben de reeën en de konijnen de aanplant links laten liggen, maar dat kan snel veranderen. Daarom zal ik alles doen om de eiken zo snel mogelijk te laten doorgroeien. De grauwe abelen krijgen een grote rol daarbij. Maar als de eiken vertrokken zijn, moeten de abelen het veld ruimen. Het moet wel een eikenbos worden natuurlijk. | ||
|
|
||
|
|
||