|
 In
Oostenrijk heb je zoals in veel Europese landen het recht van doorgang.
Dat wil zeggen dat iedereen het bos mag betreden. Je mag er ook
wegen en paden verlaten en enkel in de jonge bestanden (lager dan
drie meter) en stukken die omwille van boswerkzaamheden middels
een verbodsbod werden aangeduid mogen recreanten niet komen. Ook
het plukken van paddestoelen is toegestaan tenzij de eigenaar duidelijk
aanduidt dat dit verboden is. De paddenstoelenpluk is bijzonder
populair in Oostenrijk.
Een bijzondere vorm van ondersteuning van kleine privé-boseigenaars
is de Waldpflegeverein Kärnten. Deze organisatie wordt projectmatig
gefinancierd (350.000€/jaar) door de overheid, o.m. met Europese
middelen uit de plattelandsontwikkeling, om boseigenaars bij te
staan bij werkjes in jong bos zoals vormsnoei en opsnoeien en onrendabele
dunningen. De eigenaar kan een arbeidersploeg inhuren aan enkele
luttele euro's per uur en in ruil brengt hij zelf minimum één
volwaardige arbeidskracht in. De werken worden dan samen uitgevoerd,
en zijn eigenlijk een lange grondige cursus. Elke eigenaar heeft
recht op 80 uur/jaar.
Gemeenschapsbossen zijn dan weer zaken waar we in Vlaanderen minder
mee vertrouwd zijn, maar die in sommige bergstreken teruggaan tot
een eeuwenoude traditie. Peter Herbst verklaarde het systeem van
het beheer van al dan niet versnipperde bossen in onverdeeld bezit.
De rechten van het bos worden toegekend aan de eigenaar van een
boerderij maar het beheer wordt in gezamenlijk verband uitgevoerd.
Beslissingen worden genomen door iets wat we zouden kunnen vergelijken
met een polderbestuur in Vlaanderen.
 Meer
nog dan theoretische uiteenzettingen zijn we te velde gaan kijken
hoe bosbouw in de praktijk wordt bedreven. Twee factoren maken er
de situatie anders dan bij ons, de schaal van het bosbedrijf en
de steile hellingen. Tot 45% helling wordt gewerkt met harvesters,
skidders en forwarders, machines om respectievelijk te zagen, stammen
uit te slepen of verzaagde stammen uit te rijden. Maar veel hellingen
in Oostenrijk zijn steiler en dan worden kabelbanen gebruikt. Aan
zo'n gespannen kabel wordt een wagentje bevestigd met een al dan
niet ingebouwde lier die het hout naar boven of beneden brengt.
Allerlei systemen zijn gedemonstreerd, met zelfrijdende wagentjes,
mobiele torens, kabels aan bomen etc.. Maar elke keer was het een
indrukwekkend zicht. Vooral ook de wetenschap dat er telkens een
flinke berekening bij komt kijken. Hellingshoeken, veiligheidsmarges
enzovoort dienen in rekening te worden gebracht.
 Een
excursie die ook velen zal bijblijven is een bezoek aan een zagerij
annex electriciteitscentrale. Met het afval van de zagerij (vnl.
schors) wordt electriciteit opgewekt dat aan het net wordt verkocht.
En er was afvalhout genoeg, de zagerij verwerkt jaarlijks ongeveer
600.000 m³ ! Vrachtwagens reden af en aan, bomen werden automatisch
opgemeten en door de metaaldetector gehaald. Hierna werden ze gesorteerd
door een operator die keek naar de houtsoort, de dikte, kwaliteit
en de stammen in een van de
84 verschillende sortimenten
mikte. De zagerij zelf was ook grotendeels geautomatiseerd, een
stam die binnenkwam werd ook weer opgemeten en een computer berekende
de ideale verzaging, die dan door een personeelslid vanuit een controlekamer
werd uitgevoerd. Vrij indrukwekkend allemaal.
In
het programma was ook aandacht voor het Nationale park Hohe Tauern.
De directeur van de lokale wildbeheerseenheid gaf een korte rondleiding
doorheen één van de centrale valleien van dit tweede
grootste natuurpark van Midden-Europa. Het beslaat niet minder dan
1800 km² Jaarlijks worden een beperkt aantal edelherten en
gemsen geschoten door professionele jagers in dienst van het park.
Voor het overige concentreert het beheer zich op het maaien van
de alpenweiden gezien dit voor de landbouwers onrendabel is geworden
en vooral de natuur zijn gang laten gaan. Hoewel, sinds de jaren
'80 worden jaarlijks lammergieren geïntroduceerd, de dieren
worden ook gevoederd en intussen broeden er diverse koppels in de
vrije natuur. Tijdens het afsluitende bezoek aan het uiterst moderne
bioscentrum werd onze basiskennis van enkele biologische processen
nog eens opgefrist.
Na de boeidende uitstap naar Zweden in 2005 was dit bezoek aan de
Oostenrijkse bosgroepen opnieuw een voltreffer. Volgende jaar bezoeken
we Polen. We bezoeken er eeuwenoude natuurlijke bossen maar gaan
uiteraard ook op bezoek bij Poolse boseigenaars.
|