Met coördinatoren en bosgroepbestuurders op studiereis in het Karintische Oostenrijk

25-30 juni 2006


(Rollin Verlinde, Robbie Goris en Tom Embo)
 

 

In Oostenrijk heb je zoals in veel Europese landen het recht van doorgang. Dat wil zeggen dat iedereen het bos mag betreden. Je mag er ook wegen en paden verlaten en enkel in de jonge bestanden (lager dan drie meter) en stukken die omwille van boswerkzaamheden middels een verbodsbod werden aangeduid mogen recreanten niet komen. Ook het plukken van paddestoelen is toegestaan tenzij de eigenaar duidelijk aanduidt dat dit verboden is. De paddenstoelenpluk is bijzonder populair in Oostenrijk.

 

Een bijzondere vorm van ondersteuning van kleine privé-boseigenaars is de Waldpflegeverein Kärnten. Deze organisatie wordt projectmatig gefinancierd (350.000€/jaar) door de overheid, o.m. met Europese middelen uit de plattelandsontwikkeling, om boseigenaars bij te staan bij werkjes in jong bos zoals vormsnoei en opsnoeien en onrendabele dunningen. De eigenaar kan een arbeidersploeg inhuren aan enkele luttele euro's per uur en in ruil brengt hij zelf minimum één volwaardige arbeidskracht in. De werken worden dan samen uitgevoerd, en zijn eigenlijk een lange grondige cursus. Elke eigenaar heeft recht op 80 uur/jaar.

Gemeenschapsbossen zijn dan weer zaken waar we in Vlaanderen minder mee vertrouwd zijn, maar die in sommige bergstreken teruggaan tot een eeuwenoude traditie. Peter Herbst verklaarde het systeem van het beheer van al dan niet versnipperde bossen in onverdeeld bezit. De rechten van het bos worden toegekend aan de eigenaar van een boerderij maar het beheer wordt in gezamenlijk verband uitgevoerd. Beslissingen worden genomen door iets wat we zouden kunnen vergelijken met een polderbestuur in Vlaanderen.

Meer nog dan theoretische uiteenzettingen zijn we te velde gaan kijken hoe bosbouw in de praktijk wordt bedreven. Twee factoren maken er de situatie anders dan bij ons, de schaal van het bosbedrijf en de steile hellingen. Tot 45% helling wordt gewerkt met harvesters, skidders en forwarders, machines om respectievelijk te zagen, stammen uit te slepen of verzaagde stammen uit te rijden. Maar veel hellingen in Oostenrijk zijn steiler en dan worden kabelbanen gebruikt. Aan zo'n gespannen kabel wordt een wagentje bevestigd met een al dan niet ingebouwde lier die het hout naar boven of beneden brengt. Allerlei systemen zijn gedemonstreerd, met zelfrijdende wagentjes, mobiele torens, kabels aan bomen etc.. Maar elke keer was het een indrukwekkend zicht. Vooral ook de wetenschap dat er telkens een flinke berekening bij komt kijken. Hellingshoeken, veiligheidsmarges enzovoort dienen in rekening te worden gebracht.

Een excursie die ook velen zal bijblijven is een bezoek aan een zagerij annex electriciteitscentrale. Met het afval van de zagerij (vnl. schors) wordt electriciteit opgewekt dat aan het net wordt verkocht. En er was afvalhout genoeg, de zagerij verwerkt jaarlijks ongeveer 600.000 m³ ! Vrachtwagens reden af en aan, bomen werden automatisch opgemeten en door de metaaldetector gehaald. Hierna werden ze gesorteerd door een operator die keek naar de houtsoort, de dikte, kwaliteit en de stammen in een van de … 84 verschillende sortimenten mikte. De zagerij zelf was ook grotendeels geautomatiseerd, een stam die binnenkwam werd ook weer opgemeten en een computer berekende de ideale verzaging, die dan door een personeelslid vanuit een controlekamer werd uitgevoerd. Vrij indrukwekkend allemaal.

In het programma was ook aandacht voor het Nationale park Hohe Tauern. De directeur van de lokale wildbeheerseenheid gaf een korte rondleiding doorheen één van de centrale valleien van dit tweede grootste natuurpark van Midden-Europa. Het beslaat niet minder dan 1800 km² Jaarlijks worden een beperkt aantal edelherten en gemsen geschoten door professionele jagers in dienst van het park. Voor het overige concentreert het beheer zich op het maaien van de alpenweiden gezien dit voor de landbouwers onrendabel is geworden en vooral de natuur zijn gang laten gaan. Hoewel, sinds de jaren '80 worden jaarlijks lammergieren geïntroduceerd, de dieren worden ook gevoederd en intussen broeden er diverse koppels in de vrije natuur. Tijdens het afsluitende bezoek aan het uiterst moderne bioscentrum werd onze basiskennis van enkele biologische processen nog eens opgefrist.


Na de boeidende uitstap naar Zweden in 2005 was dit bezoek aan de Oostenrijkse bosgroepen opnieuw een voltreffer. Volgende jaar bezoeken we Polen. We bezoeken er eeuwenoude natuurlijke bossen maar gaan uiteraard ook op bezoek bij Poolse boseigenaars.

 

 

 


Nog enkele cijfers over het Oostenrijkse bos:

  • Oostenrijk heeft 3.960.000 ha bos wat overeenkomt met 47.2% van de landoppervlakte.
  • Karinthië, de streek die wij bezochten is de bosrijkste in Oostenrijk met een bosindex van 60%, in de streek rond Wenen is dat "slechts" 22%.
  • Minder dan 10% van het bos is in handen van de Oostenrijkse overheid, in Karinthië is dat slechts 3%. Het overgrote deel is dus privaat bos.
  • Per dag stijgt de bosoppervlakte van Oostenrijk met 12 hectare.
    Per hectare en per jaar heeft het Oostenrijkse bos een aanwas van 9 m³, voor Ossiach is dat 13m³. Dit wil zeggen dat er per seconde 1 m³ hout bijkomt.
  • 55,7 % van het areaal bestaat uit fijnspar, 9% is beuk, 6% grove den, 4.5% lork en 2% zilverspar en eik.
  • Oostenrijk importeert voor 4.38 miljoen euro hout (vooral uit Duitsland en Tsjechië) maar exporteert voor 7.69 miljard euro wat dus resulteert in een overschot op de handelsbalans.
  • Jaarlijks ontvangt de bosbouwsector 4.5 miljoen euro subsidie. Dat is 3% van wat de landbouw ontvangt. De subsidies worden vooral gebruikt voor aanleg van boswegen (38%), beheer van schermbossen incl. natuurbos (30%), onrendabele dunningen en herbebossing (10%) en ondersteuning van bosgroepen en bosverenigingen (4%).
  • 25 tot 30% van de houtoogst is afkomstig van calamiteiten (keverschade, storm- en hagelschade, sneeuwschade enz.) Naast de relatieve monocultuur draagt de halvering van het BTW-tarief misschien bij tot dit hoge cijfer.
  • Het aantal bosarbeiders daalde tussen 1975 en nu van 12000 tot 2100.
   

 

 
 

Klik hier om terug te keren naar de website.

Site powered by