|
Rechts bovenaan kan je naar het
fotoverslag op deze site navigeren. Deze foto's zijn
genomen door Willy Matthys en Tom Embo. En voor wie er maar niet
genoeg van kan krijgen: op
de website van Inverde vind je nog meer foto's! Wie graag
nog eens het verslag van Adrian Schouten herleest, vind dit hier.
Als
bosbouwer is het een goed idee af en toe buiten de landsgrenzen
te kijken. In het buitenland kampt men dikwijls met dezelfde problemen
of men heeft er een andere kijk op dingen. Na zo'n trip kom je dikwijls
terug met een hoop ideeën.
Inverde organiseerde daarom voor de bosgroepcoördinatoren en
de bestuursleden een uitstap naar Oostenrijk, binnen Europa toch
een van de bosbouwzwaargewichten. Tussen 25 en 30 juni 2006 hebben
we alle aspecten van bosbouw met vnl. fijnspar, steile hellingen
met kabelbanen, wegenaanleg en vooral samenwerkingsverbanden en
allerlei vormen van bosgroeperingen leren kennen.
 We
werden ontvangen in Ossiach, een kleine gemeente in Karinthië.
Een provincie die grenst aan Tirol, Italië en Slovenië.
Hier is, naast een oude abdij en een prachtig meer, een bosbouw-opleidingscentrum
gevestigd. Het Forstliche Ausbildungsstätte Ossiach is de Karinthische
versie van Inverde, en is in 1953 gesticht. In dat jaar deed de
motorzaag zijn intrede en dat apparaat bleek zo gevaarlijk dat een
gedegen opleiding zich opdrong.
Meer dan 50 jaar later is het instituut uitgegroeid tot een centrum
met 24 personeelsleden, moderne infrastructuur, een eigen internaat
en 1000 hectare oefenbos. Jaarlijks ontvangen ze een 6000-tal cursisten.
Het centrum wordt verwarmd met "groene energie" d.m.v.
een moderne verbrandingsinstallatie voor houtchips.
Na
een opwarmer in het plaatselijke Bokrijk kregen we eerst een dag
theorie voorgeschoteld, met de voorstelling van de deelnemers, het
centrum en algemeenheden van het Oostenrijkse en Karinthische bos.
Hans Zöscher, de onderdirecteur en voor deze week onze begeleider,
wist ons te zeggen dat de bebossingindex in Karinthië 60% is
en de jaarlijkse oogst ongeveer 2 miljoen m³. In Oostenrijk
staat maar liefst een miljard kubieke meter op stam en komt er maandelijks
ongeveer 2500 kubiek bij! Daarvan is fijnspar de belangrijkste boomsoort
en wordt niet voor niks de broodboom genoemd.
 De
economische functie is er ontegensprekelijk de belangrijkste functie,
een term die meermalen per dag terugkwam was "Holzmobilisierung".
Ongeveer 60 % van de aanwas wordt geoogst, gezien het reliëf
geen slechte prestatie. Maar ongeveer een miljoen mensen leeft in
Oostenrijk van de houtsector, en die kampt momenteel met een relatief
rondhouttekort, ondermeer door het bouwen van enkele zeer grote
zagerijen in de omliggende landen waardoor de import terugloopt.
Alle hens aan dek dus, de houtoogst moet omhoog en er wordt gespiegeld
aan de Finse situatie waar ze 80% halen. In openbare bossen ligt
het kapvolume dan ook langzamerhand hoger dan de aanwas en het is
vooral in de kleinere door boeren beheerde bossen dat het kapvolume
lager ligt dan de Oostenrijkse bosindustrie graag had gezien. Mede
daardoor ligt ook het percentage bos met een bijna zuiver ecologische
functie naar Europese begrippen vrij laag, zo'n 5%. Naast de economische
is de schermfunctie de belangrijkste, kaalslagen op steile hellingen
geven lawines. Dat wil echter niet zeggen dat er niet wordt geoogst,
het gebeurt wat omzichtiger, bijvoorbeeld door dichte onstabiele
bossen te dunnen.
Elke
organisatie die enig belang had in de Karintische bossector gaf
een toelichting tijdens deze intensieve studiereis. In dit artikel
beperken we ons tot een selectie. De voorzitter van het Waldverband
Kärnten, Günther Kuneth, maakte indruk. Het Waldverband
kan gezien worden als een uit de kluiten gewassen superbosgroep.
Ze is in feite zo groot, dat zij de houtprijs bepaalt doordat ze
per jaar honderduizenden kubieke meters hout produceert. Ze helpt
leden, geeft advies en opleiding, organiseert de houtoogst en verkoop
en heeft zelfs een eigen controleur die in zagerijen gaat checken
of de kubieke meters wel juist worden berekend. De houtprijzen die
werden genoemd veroorzaakten toch enig consternatie in de groep.
Voor zaaghoutkwaliteit van fijnspar aan de kant van de weg wordt
63 euro /m³ betaald, op stam is dat 40 euro. Zowat het dubbele
als bij ons dus. Dat ligt ondermeer aan de bloeiende industrie en
het relatieve houttekort, natuurlijk in stand gehouden door het
Waldverband. En de cuberingsmethode speelt natuurlijk ook mee, in
Duitstalige regio's wordt namelijk vaak onder de schors gemeten.
Maar er speelt meer mee, momenteel ontstaat er een markt voor energiehout.
Hout van minderwaardige kwaliteit dat nu 23 euro/m³ opbrengt,
dit stuwt natuurlijk de prijs van het kwalitatief betere hout omhoog.
Dhr. Kuneth gaf toe dat een lichte schaarste in stand houden een
moeilijke evenwichtsoefening was. Te hoge prijzen zou kunnen leiden
tot faillissementen en dus tot een afname van de vraag. In elk geval
slaagde zijn bosgroep erin om de productie tussen 1997 en 2005 op
te drijven van 85000 naar 280.000m³.
 Nog
een factor in de economische functie is de jacht. Dat werd ondermeer
duidelijk bij een bezoek aan een privé-bosbezit van de adelijke
familie Foscari. Hier werd de jacht verpacht en de inkomsten hieruit
kwamen in de buurt van wat hout opbrengt. Jagen heeft bovendien
een dubbele functie, in Karinthië worden jaarlijks naar schatting
30 miljoen bomen geschild door herten. Ook de visrechten worden
verpacht en een foto van een reusachtige Donauzalm toonde aan dat
hengelen hier bijzonder spannend kan zijn. Een eigen poging leidde
tot de vangst van een prachtige Europese meerval. Het dier werd
snel terug in het meer terug geworpen. Voor het overige bleken de
inkomsten uit recreatie voor deze private groep eigenaars relatief
beperkt te zijn.
|